mylandrover-travel-magazinebanner-mlrm-abokaart-nl

dinsdag 10 januari 2012 08:39

Met een Defender 110 op de zijderoute - in het spoor van Marco Polo

Tussen 1271 en 1295 bereisde Marco Polo grotendeels onbekende gebieden als Perzië, China en Indië. Die avontuurlijke tochten waren voor Domien en Josette Leppens de inspiratiebron voor een iets bescheidener maar toch nog indrukwekkende reis naar het Verre Oosten. In 70 dagen volgden ze met hun Defender 110 de zijderoute tot aan de Chinese grens. Terug in Houthalen hadden ze precies 21.301 kilometer afgelegd met hun tien jaar oude terreinwagen. Drie nummers lang volgen we Josette en Domien op hun marathonreis door 16 landen.

De voorbereiding

Een reis van dat kaliber vergt heel wat voorbereiding en planning. Meer dan drie maanden hadden Domien en Josette nodig om onder andere voor een zestal landen visa aan te vragen, uitnodigingen voor de Russische Federatie te regelen, hotels in Turkmenistan te boeken en aan een toldoorgangsboekje voor Iran te geraken. Het voorbereidend werk werd over drie koppels verdeeld, want Domien en Josette begonnen niet alleen aan dit avontuur. Daardoor bestond hun minikonvooi uit een Defender, een Peugeot met caravan en een splinternieuwe Fiat Ducato camper. Onderweg zullen zowel de Peugeot als de Fiat moeten afhaken en naar België terugkeren ...

Griekenland

"In één lange etappe, met een korte slaappauze op een parking, bereiken we camping 'Fusina', niet ver van Venetië. Net zoals voor Marco Polo is de Dogenstand ook voor ons het vertrekpunt van de reis. De volgende dag rijden we de veerboot van 'Minoan Lines' op en die brengt ons in iets meer dan een etmaal naar het Griekse Igoumenitsa. Hier is camping 'Kalami Beach' onze vaste stopplaats. Na de koude en de sneeuw van de noordelijke bergketens belanden we via de Katarapas bij de Meteora-kloosters. Tijd voor een bezoek hebben we niet want we willen zo ver mogelijk oostwaarts rijden. De route brengt ons naar Thessaloniki en Alexandropoulis, de laatste stopplaats vóór we Turkije binnenrijden. Istanboel en Azië wenken!"

Turkije

"De grensovergang tussen Griekenland en Turkije verloopt redelijk vlot. Als EU-burgers mogen we van de Grieken zonder problemen het land verlaten. Midden op de brug over de grensrivier Evros staan Griekse en Turkse militairen wel met blanke bajonetten tegenover elkaar. Aan de Turkse zijde van de grens moeten we tien euro per persoon betalen voor een vignet dat als visum dient. Onze voertuigen worden nauwelijks gecontroleerd hoewel ze alle drie zwaar beladen zijn. De Turken hebben heel waarschijnlijk al hun toekomstige EU-lidmaatschap voor ogen! We geraken nog tot in Tekirdag, dat aan de Zee van Marmara ligt, om daar te overnachten."

"Istanbul, dat we al vaker bezochten laten we links liggen. Via de reusachtige Bosporusbrug rijden we het Aziatische deel van Turkije in. We blijven op de drukke E80 tot we in Gerede ankomen. Tegen de avond begint het te sneeuwen en het wordt een ijzige nacht."

"De volgende dag proberen we wat achterstand in de planning in te halen. Een aantal mooie bezienswaardigheden zoals Amasya laten we links liggen en langs de kilometerslange steenbakkerijen van Erbaa en enkele hoge passen bereiken we Resadye. Hier kamperen we aan een tankstation. 's Anderendaags blijven we hoog in de bergen en rijden we door Erzincan, het historische Erzerum en Eleskirt tot in Agri, dat een de wilde bergrivier Murat ligt. Ook hier kamperen we weer aan een modern tankstation met restaurant, waar we 's avonds eten. Ondertussen bevinden we ons op amper honderd kilometer van Doğubeyazıt, de laatste Turkse stad vóór de Iraanse grens."

Iran

"In 'Hotel Simer', net buiten Doğubeyazıt, hebben we een afspraak met Hossein Ravanyar. Deze vriendelijke Koerd uit Tabriz, die we een paar jaar eerder leerden kennen, zal voor ons de grensovergang Turkije-Iran regelen. We overnachten hier om wat uit te rusten en bij te praten en om het volledig gerestaureerde paleis van İshak Paşa te bezoeken. De twee pieken van de berg Ararat waken over ons met hun besneeuwde toppen. Volgens de Bijbel moet hier na de zondvloed ergens de ark van Noach gestrand zijn."

"Tot nu toe hebben we nog niet veel onverhard onder de wielen gekregen. De meeste wegen waren goed, en soms zat er zelfs een strook autosnelweg tussen. Erg vinden we dat niet, want ons interesseren vooral de cultuur en geschiedenis van de streken die we doorkruisen, en natuurlijk ook het contact met de plaatselijke bevolking. In Koerdistan bekogelen kinderen ons met stenen, net zoals enkele jaren eerder al het geval was. Dit is militair streng bewaakt grensgebied, en dat leidt onvermijdelijk tot frustraties bij de Koerdische bevolking. Dit neemt niet weg dat hier ruimschoots mogelijkheden zijn om de verharde wegen te verlaten."

"Vandaag staan we vroeg op want we willen de grens tussen Turkije en Iran oversteken. Dat is een hele onderneming, waarbij de hulp van onze vriend Hossein goed van pas komt. Omdat het tijdsverschil tussen beide landen anderhalf uur bedraagt, moeten we al om vijf uur uit de veren. Hossein zal ook proberen om het toldoorgangsboekje voor de Fiat Ducato regelen. In België was dat minder interessant wegens de hoge bankwaarborg die voor de nagenoeg nieuwe kampeerwagen gestort moest worden."

"Aan de grens staan kilometers lange rijen vrachtwagens aan te schuiven, maar ook veel personenwagens verdringen elkaar om toch maar aan de grote metalen poort te geraken die toegang geeft tot de grenskantoren. Kortom, een echte trechter met her en der wat blikschade. Met wat steekpenningen en de hulp van Hossein kost het ons minder moeite om aan de lange lijdensweg van de grensformaliteiten beginnen. Ondertussen proberen we aan twee hinderpalen te wennen: de taal en het schrift. Voor de vrouwen komt daar ook nog de kleding bij. Vanaf nu moet hun lichaam bedekt zijn tot de enkels en de polsen en bovendien moeten ze een hoofddoek dragen, liefst dan nog in het zwart."

"Pas tegen twee uur in de namiddag nemen we de laatste hindernis en rijden we richting Tabriz, de eerste grote stad over de grens. Onze 'vaste stek' hier is camping 'El Goli' nabij het gelijknamige pretpark aan de rand van de stad. Vanuit Tabriz maken we een daguitstap naar Kendovan, een bergdorpje met rotswoningen zoals in Kappadocië. Op de terugweg stoppen we bij een theetuin waar de bezoekers niet alleen thee drinken maar ook aan waterpijpen lurken."

"Na onze rustpauze in Tabriz willen we in één dag de Kaspische Zee bereiken. Bandar-e Anzali is ons doel. We willen dwars door het Tãlesgebergte rijden, een uitloper van het Elboersgebergte. Deze bergketens sluiten de zuidkust van de Kaspische Zee af. Om de slechte wegen te vermijden, kiezen de Peugeot en de Fiat een andere route. En dat blijkt een goede keuze, want het is niet evident om een bergketen te dwarsen, zeker niet als de wegen op de kaart niet altijd overeenkomen met de wegen waar we over rijden. Onze gps geeft gelukkig de richting aan en onthoudt de afgelegde weg. In geval van nood kunnen we zo altijd naar ons vertrekpunt terugkeren. Veel wegen eindigen in een dorpje en zo verliezen we uren zonder een doorgang te vinden. Onze wegenkaart moeten we ook niet aan dorpsbewoners tonen, want meestal hebben die zoiets nog nooit gezien. Bovendien zijn al onze kaarten in het Latijnse alfabet, en dat is voor de gemiddelde Pers onleesbaar. Uiteindelijk schemert het al als we aan de afdaling naar de Kaspische Zee beginnen. Kuddes vee lopen midden op de weg en samen met de haarspeldbochten dwingen ze ons tot een gezapig tempo. In Asalem bereiken we de kust en vandaar is het nog een uur naar de parking van hotel 'Sefid Kenar', waar we de voertuigen van onze reisgenoten terugvinden. We huren voor enkele dagen een kamer waarvan we de badkamer met ons zessen delen."

"Bandar-e Anzali is een belangrijke havenstad aan de Kaspische Zee. De stad leeft en heeft drukke winkelstraten en markten. Aan de kades liggen hoofdzakelijk Russische schepen. De Defender krijgt een welverdiende smeerbeurt. De garagehouder wordt het liefst in dollars betaald, hoewel op vele muren in de stad anti-Amerikaanse slogans staan. Een bezoek aan de lagune per motorboot mag hier niet ontbreken, maar eerst moeten we op de prijs afdingen. De lagune met brak water is een paradijs voor watervogels en zonder een deskundige gids kun je er gemakkelijk verdwalen tussen de hoge rietkragen en de weelderige waterplanten."

"De volgende etappe brengt ons naar Sari. We volgen de kustlijn en passeren op regelmatige afstanden politieposten waar onze paspoorten gecontroleerd worden. Voor 52 dollar vinden we een kamer met douche en ontbijt. Bij de politiepost van Azad Sharh mist het echtpaar met de Peugeot een paspoort. Zonder paspoort reizen, is echter onmogelijk in deze regio. Het probleem kan alleen in de Belgische ambassade in Teheran worden opgelost, en dat zou een omweg van 800 kilometer betekenen. Daardoor zouden we nooit op tijd de volgende grensovergangen bereiken en zouden al onze visums vervallen. Gevolg: voor de Peugeot eindigt hier de reis en de Defender en Ducato volgen de volgen de geplande route."

"Via Bojnurd bereiken we Shirvan maar onderweg verliest de Ducato zijn uitlaat. De wegen in het Kuh e Aladag gebergte zijn dan ook niet in een echt goede staat. Voor 30 dollar vinden we een nette kamer en na alle problemen besluiten we een korte rustpauze in te lassen. In een garage laten we een olielek aan het linker achterwiel herstellen. Originele Land Rover-onderdelen hebben ze hier niet, en dergelijke problemen lossen ze hier gewoon met een soort siliconen op."

"Vandaag willen we Mashad bereiken én bezoeken, want dit is een van de voorname heilige steden voor de moslims. De stad is een grote bouwwerf van koranscholen en moskeeën. Een jonge student uit Pakistan, die goed Engels spreekt, leidt ons rond langs de pleinen en mausolea met reliekschrijnen en verdient zo een centje bij."

In de volgende aflevering steken Josette en Domien de grens met Turkmenistan over en krijgen ze het gezelschap van Oleg, hun 'verplichte' gids.