Geen enkele wagen ontsnapt aan de steeds strengere emissienormen, ook de Defender niet. Omdat de 2,4-liter turbodiesel niet aan de EU5-norm kan voldoen, koos Land Rover een opvolger die dat wél doet, en die bovendien kan worden aangepast voor de nog strengere EU6-norm. Voor lichte bedrijfsvoertuigen geldt die vanaf september 2015, en dat wekt het vermoeden dat de huidige Defender nog enkele jaren in productie blijft. Vermoedelijk gaat het dan om de 110 – als 'lichte vracht' – en de 130. Maar we wijken af ...
Stiller, sneller & soepeler
De nieuwe 2,2-liter turbodiesel is net als zijn voorganger een aangepaste Ford-motor. In tegenstelling tot zijn voorganger voldoet die viercilinder dankzij de dieselpartikelfilter, een verbeterd verbrandingssysteem en een verfijnd motormanagementsysteem wél aan de EU5-norm. Op papier lijken de verschillen tussen beide krachtbronnen niet zo groot. Ondanks de kleinere cilinderinhoud levert de 2,2-liter immers hetzelfde vermogen (122 pk) en koppel (360 Nm) als 2,4-liter, en ook de acceleratie van 0 tot 100 km/h is met 15,8 seconden dezelfde gebleven. Alleen de topsnelheid is toegenomen en van 132 naar 145 km/h gestegen.
Dat de 2,2-liter een andere motor is, merk je al bij de eerste draai aan de contactsleutel. Zelfs na een koude nacht slaat de viercilinder onmiddellijk aan. Daarbij valt meteen de efficiënte demping van het dieselgeronk op. Daarvoor zorgen de nieuwe motorafdekking en het nieuwe paneel tussen motorcompartiment en cabine, die scherpe geluiden zelfs bij vriestemperaturen voorbeeldig onderdrukken. Eenmaal in zesde overtuigde de motor ook met zijn prestaties. De herwerkte Defender lijkt vlotter dan zijn voorganger en haalt met minder moeite een hogere snelheid: 150 km/h op de teller of 144 km/h volgen TomTom. Ter vergelijking: in een 90 Station Wagon 2.4 toonde het navigatiesysteem een topsnelheid van 135 km/h. Belangrijker dan de maximumsnelheid is natuurlijk de vlotheid in het dagelijkse verkeer, en ook daarop scoort de 2,2-liter beter. Op secundaire wegen kun je het toerental in zesde tot ongeveer 1.500 toeren laten zakken om nog voldoende koppel over te houden. Bij dat toerental is de wagen 70 km/h snel, en dat is in veel gemeentes tegenwoordig de maximaal toegelaten snelheid. Onze rijstijl was niet echt verbruiksvriendelijk, en daardoor noteerden wij 14,4 liter per 100 kilometer. Land Rover geeft 11,1 liter op.
De zware koppeling en de niet altijd even precieze zesversnellingsbak zijn gebleven. De eerste versnelling is heel kort maar de motor mist wat koppel om in tweede te vertrekken. Toch past die keuze van een superkorte eerste perfect bij het karakter van de Defender: een werkpaard dat zowel op als naast de weg vlot lasten tot 3,5 ton moet kunnen slepen.
Krap bemeten
De Defender 110 stamt rechtstreeks af van de Series II 109, die in 1958 op de markt kwam. Een halve eeuw geleden produceerde Land Rover compromisloze terreinwagens die moesten presteren en hun inzittenden niet hoefden te verwennen met een comfortabel en ergonomisch interieur. In 2011 is daar nauwelijks wat aan veranderd. Wij kregen nochtans de SE-topversie mee, met onder andere een gedeeltelijk lederen zetelbekleding, zetelverwarming voorin en buisvormige zijtreden met geïntegreerde traanplaten. Die opstap verkleint de instaphoogte van 64 naar 47 centimeter, maar zelfs dan is het moeilijk voor passagiers met strakke broeken of smalle rokken om elegant in de wagen te klauteren.
De zitruimte blijft aan de krappe kant, zowel op de kleine voorzetels als op de neerklapbare achterbank. Grote bestuurders zitten te kort bij het stuur en de pedalen, en door plaatsgebrek kleeft de linkerarm tegen het lichaam. Het zicht opzij is ondermaats: de dakrand is te laag en de B-stijl te breed. Op de achterbank stoort vooral de opstaande rand die de voetruimte beperkt. Bij de smalle middelste zitplaats is het gebrek aan hoofdruimte een bijkomend minpunt.
Ondanks de betere demping van het motorgeluid blijft het rumoerig in de Defender. Dat merk je na het stilleggen van de motor aan het geluidsvolume van de radio, zeker na een snelle rit op de autosnelweg. Het blijft ook wennen aan de keitjes en kiezels die achteraan tegen de naakte aluminium wielkasten knallen.
Veiligheid door alertheid
De rechtuitstabiliteit is geen sterk punt van de Defender 110. Vooral op de autosnelweg zijn het hoge en hoekige koetswerk en het vage en sponzige stuurgevoel niet bepaald bevorderlijk voor een ontspannen rijstijl. Bij rukwinden houd je alleen met snelle correcties de wagen mooi in het midden van het rijvak. De minpunten van soepele schroefveren en banden met hoge flanken (235/85 R 16) vallen ook in scherpe en snelle bochten op. Vooraan kreeg de Defender intern geventileerde schijven, maar noodstops met gedraaide wielen kun je met deze twee meter hoge terreinwagen best vermijden. De voorsteven reageert dan onrustig en de neus wil niet altijd de gewenste richting uit. Is dit nu kritiek op de Defender? Eigenlijk niet. Die ongemakken zijn immers eigen aan het compromisloze maar verouderde concept van deze rasechte terreinwagen.
Prijs en opties
Zonder opties kost een 110 Station Wagon SE 38.500 euro. Voor die prijs koop je een 4x4 die zelfs zonder aanpassingen een uitstekende terreinwagen is. Toch mist hij enkele extra's die je op een topversie mag verwachten. Het ABS en de tractiecontrole (ETC) bijvoorbeeld, die samen 1.880 euro kosten. Ook voor de airconditioning (1.720 euro) en de neerklapbare zeteltjes in de bagageruimte (640 euro) moet je bijbetalen.
Kortom
De Defender is geen andere maar wel een aangenamere wagen geworden. Niet door verbeteringen aan de wegligging, het zitcomfort of de bediening van koppeling en versnellingspook, wel door de snellere en sterkere turbodiesel en door de efficiëntere geluidsisolatie van het motorcompartiment. Vooral op de autosnelweg maar ook op secundaire wegen kan de Defender vlotter en stiller mee met de rest van het verkeer.
De klassieke minpunten zijn gebleven en zullen ook niet meer weggewerkt worden bij volgende facelifts.Voor de Defender-nieuwelingen sommen we de opvallendste even op: weinig beenruimte voor lange chauffeurs, nauwelijks elleboogruimte aan de deurkant, de extreem hoge instap, het zware koppelingspedaal, de stroeve versnellingsbak en zeker ook de enorme draaicirkel. Het zal dus wennen worden aan de moderne opvolger die in 2015 op de markt komt ...
Dit is goed
trekkracht van de turbodiesel
demping van het motorgeluid
terreincapaciteiten
trekkracht
Dit kan beter
stroeve bediening van koppelingspedaal en versnellingspook
rechtuitstabiliteit
onstabiele wegligging bij een noodstop
vaag stuurgevoel
zitcomfort
TECHNISCHE FICHE
Defender 110 Station Wagon SE
Koetswerk
Constructie ladderchassis, break
L x B x H 4685 mm x 1790 mm x 2021 mm
Wielbasis 2794 mm
Bagageruimte - l
Gewicht 2056 kg
Motor & prestaties
Typeturbodiesel, L4, 2198 cc
Vermogen 90 kW / 122 pk bij 3500 tpm
Koppel 360 Nm bij 2000 tpm
Topsnelheid 145 km/h
0-100 km/h 15,8 s
EEC-verbruik 11,1 l/100 km
Tankinhoud 75 l
MilieuEuro 5, partikelfilter, 295 g/km CO2
Sleepgewicht (ongeremd) 3500 (750) kg
Versnellingsbak
Type manuele versnellingsbak
Versnellingen 6
Aandrijving > permanente 4WD H met variabele koppelverdeling
> permanente 4WD H Lock
> permanente 4WD L Lock
Ophanging, remmen & banden
Voor starre as, schroefveren; intern geventileerde schijven; 235/85 R 16
Achter starre as, schroefveren; schijven; 235/85 R 16
Elektronische hulpsystemen
Rijden ETC (optie)
Remmen ABS (optie)
Garantie & onderhoud
Garantie 3 jaar / 100.000 km
Assistentie 3 jaar
Prijs (zonder opties)
110 Station Wagon SE 38.500 €














































